In een klaslokaal dat de hele les dicht blijft, loopt de CO2 aan het eind van de ochtend op tot tussen de 2.100 en 5.800 ppm, terwijl de GGD 1.200 als bovengrens aanhoudt. TNO mat dat leerlingen minstens veertig procent van de lesdag boven die grens zitten. Schoonmaak en binnenklimaat zijn op een school dus geen facilitaire bijzaak, maar iets wat direct doorwerkt in concentratie en verzuim.
Richt het werk op de contactpunten, niet op wat opvalt
Een gedweilde gang oogt schoon, maar ziektekiemen reizen via deurklinken, lichtknoppen, tafelbladen, kranen en gedeelde tablets. Juist die plekken worden bij een snelle ronde het vaakst overgeslagen. Spreek daarom per ruimte af welke contactpunten dagelijks aan de beurt zijn en welke een natte doek met reinigingsmiddel krijgen in plaats van alleen een droge veeg. Vraag bij het uitbesteden expliciet om scholen schoonmaak op maat in plaats van een standaardpakket voor kantoren, want een lokaal met vijfentwintig kinderen vraagt een andere frequentie dan een vergaderzaal. Belangrijk detail is dat desinfecteren pas zin heeft nádat er is gereinigd, anders ligt het middel op een laagje vuil en doet het niets.
Meet de lucht voordat je harder gaat poetsen
Klachten over muffe lucht en hoofdpijn worden vaak op de schoonmaak geschoven, terwijl het probleem in de ventilatie zit. Voor een groepsruimte geldt een luchtverversing van vijfentwintig kubieke meter per uur per persoon, en bij nieuwbouw mag de CO2 in een lokaal niet boven de 950 ppm uitkomen. Hang voor twintig euro een meter aan de muur en je ziet binnen een week waar het misgaat. Blijft de waarde onder de 800, dan is de lucht prima en weet je dat een geurprobleem echt uit vloer, prullenbakken of sanitair komt. Dat scheelt je een discussie met de schoonmaakpartij over iets wat zij niet kunnen oplossen.
Maak de toiletten echt op kindmaat
Sanitair is op een basisschool de grootste bron van klachten en van besmettingen tegelijk. De richtlijn vraagt om vloeren en wanden die tot anderhalve meter hoogte waterdicht en goed schoon te maken zijn, om zeepdispensers en papieren handdoekjes binnen handbereik, en om opstapjes zodat kleine kinderen bij de kraan kunnen. Dat laatste klinkt als een detail, maar een kind dat niet bij de kraan kan, wast zijn handen niet.
Schaal op zodra er iets rondgaat
Een uitbraak van virus of griep vraagt tijdelijk een ander regime, en dat regel je liever vooraf dan halverwege. Leg in je contract vast dat de frequentie omhoog kan tijdens het griepseizoen en dat er dan extra aandacht naar sanitair en contactpunten gaat. Bij bloed of braaksel schakel je de GGD in voor het juiste middel en de juiste concentratie, want niet elk desinfectiemiddel werkt tegen elk virus en alleen door het Ctgb toegelaten middelen mogen worden gebruikt. Een schoonmaakpartner als www.actiefcleaningservices.nl die dit soort opschaling al in het plan heeft staan, hoeft niet eerst een nieuwe offerte te maken op het moment dat het misgaat.
Plan het werk om de lesdag heen
Schoonmaken tijdens de les werkt niet en schoonmaken na een lange dag met wisselende invallers evenmin. Vaste, gescreende medewerkers die het gebouw kennen, werken sneller en zien afwijkingen die een invaller mist. Laat het grove werk buiten lestijd plaatsvinden en plan de lokalen zo dat een groep na de gymles niet in een net gedweilde ruimte stapt. Leg de afspraken vast in een schema per ruimte en loop dat elk kwartaal na met de conciërge, want een schoonmaakplan dat een jaar ongewijzigd blijft, sluit gegarandeerd niet meer aan op hoe het gebouw inmiddels gebruikt wordt.
Werk aan een gebouw waar kinderen fris blijven
Stuur op contactpunten, meet je binnenklimaat, maak het sanitair bruikbaar voor kleine handen en spreek vooraf af wat er gebeurt als er iets rondgaat. Dan houd je verzuim laag zonder dat je overal extra uren voor hoeft in te kopen. Benieuwd wat dat voor jouw gebouw betekent? Vraag vrijblijvend een offerte aan bij een specialist en laat het schema per ruimte opstellen.
